woensdag 21 augustus 2013

Seks, drugs... en aids – Elizabeth Pisani (2008)

ENG: “The Wisdom of Whores: Bureaucrats, Brothels and the business of AIDS.”
NL: “Sex, drugs … en aids: onthullingen uit de hypocriete wereld van de hiv-preventie”

Deze bespreking heeft wat op zich laten wachten – ik las het boek vorig jaar al – maar het is nog altijd relevant genoeg om er alsnog op terug te komen.

Het is op zijn minst een controversieel boek: Pisani is oud-journaliste van Reuters en The Economist en deed op hoog niveau aan hiv-preventie voor organisaties zoals UNAids, een ngo in Indonesië en de WGO.

Ze zag al snel het risico van de verspreiding van het virus via drugsspuiters, homoseksuelen en de sekshandel in Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa. Dat bracht in Azië alleen al honderd miljoen mensen in gevaar. Maar dat deed niets af aan het feit dat uit de beschikbare gegevens duidelijk bleek dat 'hiv geen miljarden slachtoffers onder de "gewone bevolking, zou maken'. Maar hiv en aids zijn voor regeringen en beleidsmakers geen plezierige ziekten om tegen te strijden zolang het voorkwam alsof het de aandoening was van homo's in darkrooms, verslaafden, hoeren en transseksuelen. Daarom deed Pisani een beroep op haar talenten als voormalig journaliste om het soort van rapporten te schrijven dat politici in het Westen ervan overtuigde dat het geen 'verdorven personen', maar 'onschuldige vrouwen' waren die gevaar liepen. Het mocht niet gaan over seks en drugs.

En zo werd in de jaren negentig naarstig gezocht om verbanden te leggen met onderontwikkeling, vrouwen en kinderen die in gevaar waren, huismoeders die onverhoeds de ziekte in zich kregen door hun loslopende man of de eerste de beste gelegenheidsvriend. Sinds de alomvattende paniek over aids is de geldberg voor die ziekte beginnen groeien.
Maar dat geld werd lang niet altijd goed besteed: publicaties en conferenties over hiv begonnen meer aandacht te besteden aan kwesties zoals armoede, gender, ontwikkeling, kwetsbaarheid en leiderschap dan aan condooms en propere naalden. Voor politici waren die ideeën beter verteerbaar dan seks en drugs en het geld begon binnen te stromen. Alleen heeft dat alles weinig of niets te maken met de oorzaken van aids: hiv heeft in de meeste gevallen nog steeds alles te maken met seks en drugs. Over mensen die in hun jacht naar geld of genot domme dingen doen. Om het virus te voorkomen, moet je geld spenderen aan programma's die erop gericht zijn te voorkomen dat geïnfecteerden hun naald uitwisselen of onveilige seks hebben.

Dat is echter niet wat gebeurde: in plaats daarvan vermenigvuldigden de ngo’s zich en startten overheden in armere landen zelfs bewustzijnscampagnes voor schoolkinderen of gingen zwangere vrouwen screenen - die nota bene in de meeste landen bijna geen risico voor hiv vertonen - in plaats van schone naalden te voorzien voor druggebruikers of er zich van te vergewissen dat homo's makkelijker toegang kregen tot condooms, glijmiddel en behandelingen voor seksueel overdraagbare ziekten. Ook in China waar 90 % van de hiv-besmettingen gebeurt in gekochte seks, in homokringen en bij drugsspuiters - dus de internationaal geldende en bekende milieus - gaat 54 % van de donordollars voor preventie naar de algemene bevolking. In de US besloot uitgerekend president Bush om vele miljarden te besteden aan de aidsproblematiek in ontwikkelingslanden. Die beslissing zou zijn ingefluisterd door Jesse Helms, die in 1995 nog subsidiegeld voor dezelfde problematiek trachtte tegen te houden met de bewering dat het virus verspreid werd door 'het weloverwogen, walgelijke gedrag van homo's'. De timing was in ieder geval uitstekend. Bush had zijn handen vol aan de oorlog in Irak en hij moest de wereld duidelijk maken dat hij een meelevend individu was.

Efficiënt? Nog steeds gaat een derde van het preventiebudget – dat op zich al maar 20% van de uitgaven tegen hiv uitmaakt – gaat naar religieus geïnspireerde organisaties die weigeren om condooms te verspreiden en alleen onthouding voor het huwelijk preken. Het mislukkingspercentage van 'maagdelijkheidseed'-programma's in de VS bedraagt ongeveer 75 procent, terwijl het mislukkingspercentage van condooms rond de 2 procent schommelt.

Om kort te gaan: dit boek doet een aantal taboes sneuvelen over zowel de oorzaken als de bestrijding van hiv en leest voor het grootste deel als een thriller. Inclusief pikante verhalen uit een wereld van bordelen en bureaucratieën, van kibbelende junks en ruziënde organisaties, van vrouwen die sex verkopen en autoriteiten die sex liever zouden willen verbieden. Pisani legt uit hoe we hiv via een paar simpele stappen in een groot deel van de wereld zouden kunnen uitbannen. En met minder geld dan we er tot nu al in hebben gestoken. Veel leesplezier!

http://www.wisdomofwhores.com/


Eating Animals - Jonathan Safran Foer (2009)

Nederlandse titel: Dieren eten
Publié en français: Faut-il manger les animaux?


It's has been a very long time since I've read a book that has had such an drastic and immediate impact on my life. Eating Animals has been an instant international bestseller and has received great praise, but I hadn't heard about it until I've read an interview with the author in a Flemish newspaper. Although the book is full of facts and figures - it comes with nearly 300 footnotes and a full index - it is written as a novel, which makes it easy to read. It's also full of philosophical reflections that make you feel uncomfortable as a reader... because most of the facts are things you already knew, and most of the reflections are thoughts that you and me have had already at some point in our lives - but only to choose to forget all of it afterwards. But if you read all the facts and reflections bundled in one book, suddenly it's not so easy anymore. So, what is the book really about?

People love animals. Millions own a dog or a cat. Millions maintain freshwater aquariums... A majority of owners report that one of the reasons they enjoy keeping pets is that they consider them part of the family.

People also love to eat animals. Most of them are raised under conditions that are, as everybody knows — or, at least, have no excuse not to know — barbaric. Until now, I was - like many people - only annoyed by the way they are killed. I'm not anymore.

Facts: chickens typically spend their lives within four walls, in cages or not, with thousands of other chickens and generations of accumulated waste. The ammonia fumes from their rotting excrement lead to breast blisters, leg sores, and respiratory disease. Bred to produce the maximum amount of meat in the minimum amount of time, they often become so top-heavy that they can’t support their own weight. At slaughtering time, they are shackled by their feet, hung upside down, and dipped into an electrified bath known as “the stunner.” For pigs, conditions are little better. Shortly after birth, piglets have their tails chopped off; this discourages the bored and frustrated animals from gnawing one another’s rumps. Male piglets also have their testicles removed, a procedure performed without anesthetic. Before being butchered, hogs are typically incapacitated with a tonglike instrument designed to induce cardiac arrest. Sometimes their muscles contract so violently that they end up not just dead but with a broken back. I've let out the part on cows and the cruel details of industrial fishing... - not that they are less shocking.

How is it that people, so careful if it comes to their pets, are so indifferent toward the animals they cook for dinner? The answer cannot lie in the beasts themselves. Pigs, after all, are quite companionable, and dogs are said to be delicious. This inconsistency is the subject of Jonathan Safran Foer’s “Eating Animals”.

Foer was just nine years old when the problem of being an “eating animal” first presented itself. One evening, his parents left him and his older brother with a babysitter and a platter of chicken. The babysitter declined to join the boys for dinner.

“You know that chicken is chicken, right?” she pointed out. Foer’s older brother sniggered. Where had their parents found this moron? But Foer was shaken. That chicken was a chicken! Why had he never thought of this before? He put down his fork. Within a few years, however, he went back to eating chickens and other animals. During high school and college, he converted to vegetarianism several more times, partly to salve his conscience and partly, as he puts it, “to get closer to the breasts” of female activists. Later, he became engaged to a woman with a similar history of relapse. They resolved to do better, and immediately violated that resolve by serving meat at their wedding and eating it on their honeymoon. Finally, when he was about to become a father, Foer felt compelled to think about the issue more deeply, and, at the same time, to write about it. “We decided to have a child, and that was a different story that would necessitate a different story,” he says.

Foer ends up telling several stories, though all have the same horrific ending.

One is about shit. Animals, he explains, produce a lot of it. Crowded into “concentrated animal feeding operations,” they can produce entire cities’ worth. Imagine, Foer writes, if “every man, woman, and child in every city and town in all of California and all of Texas crapped and pissed in a huge open-air pit for a day. Now imagine that they don’t do this for just a day, but all year round, in perpetuity.” Not surprisingly, the shit in the ponds tends to migrate to nearby streams and rivers, causing algae blooms that kill fish and leave behind aquatic “dead zones.” According to the Environmental Protection Agency, some sixty thousand km of American waterways have been contaminated by animal excrement. (In Europe it's probably a bit better, but still very similar).

Another of Foer’s stories is about microbes. In the U.S., Foer reports, people are prescribed about 1,3 million kilos of antibiotics a year. Livestock are fed nearly 13 million kilos, according to the drug industry. By pumping cows and chickens full of antibiotics, farmers have been instrumental in producing new, resistant strains of germs—so-called superbugs. Officials at many health organizations, including the Centers for Disease Control, have called for an end to the indiscriminate use of antibiotics on farms, but, of course, the practice continues.

A third story is about suffering. Intuitively, we all know that animals feel pain. (This, presumably, is why we spend so much money on vet bills.) “No reader of this book would tolerate someone swinging a pickax at a dog’s face,” Foer observes. And yet, he notes, we routinely eat fish that have been killed in this way, as well as chickens who have been dragged through the stunner and pigs who have been electrocuted and cows who have had bolts shot into their heads. (In many cases, the cows are not quite killed by the bolts, and so remain conscious as they are skinned and dismembered.)

And here are some other random things to think about:

Americans choose to eat less than 0,25% of the known edible food on the planet, modern industrial fishing lines can be as long as 120 km - the same distance as from sea level to space (for the amount of kilos of shrimp we eat, at least up to 50 times that amount of fish is thrown back in to the sea, alive... or dead!), animal agriculture makes a 40% greater contribution to global warming than all the transportation in the world combined, and is the number one cause for global warming... Did you know that industrial chicken only has 400 cm2 of space (half a A4) for its entire life? Or that the average American eats 21.000 animals during his lifetime? And when is the last time you've actually seen birds like chickens or turkeys FLY?

Reading this, you would think that Foer is advocating for vegetarianism as the only moral way to go. But it's a bit more complicated then that. He also deals with the social and cultural aspects of eating meat, and the health issues of a strictly vegetarian diet. In short: he makes you think for yourself. Towards the middle of the book he meets a non-industrial farmer, and empathises. But given that bio-farming doesn't even make 1% of the whole meat-industry and the "bio"-label hardly means a thing... he personally chooses for vegetarism. But he leaves it finally up to the reader to decide for him/herself.

And so do I. But not without a link to an interview with the author, and to a German documentary (dubbed in French, for Arte - merci Isma!) which provides a bit of video footage to the questions raised in the book. Pretty disturbing stuff...



zaterdag 9 februari 2013

Jezus Van Nazaret - een realistisch portret - Paul Verhoeven (2008)


English title: Jesus of Nazareth - A Realistic Portrait

This book is soooo good. This book is so good that it makes you angry at other books for not being as good as this one. It should be our right to expect, whenever we pick up a book, that the contents be as insightful and well-researched and reasonable and communicative as this one.

I'm not a religious person and neither is Paul Verhoeven, but we both find the story of Jesus compelling. Verhoeven is world famous as the Dutch director for movies like Robocop, Basic Instinct and Total Recall, but he has also spent the last quarter century studying Jesus and his findings are in this work. Paul Verhoeven is the only non-theologian admitted to the Jesus Seminar, a group of scholars dedicated to uncovering the historical Jesus.

He looks at the life of Jesus from an historical point of view, trying to piece together what things were really like through the fog of the heavily-edited gospels. He uses his experience as a movie director to find the real story behind the rescripted storylines everybody knows. He has a simple thesis: that Jesus was a real person, and that nothing impossible ever happened to him. He then re-examines period documents and two thousand years of criticism to piece together the real story of who this person was.

When you start with those ideas as a foundation for a book on Jesus, it means you're going to discount a lot of what is written in the Gospels. What, then, can an author do in this situation?

The options are to: a) rearrange the stories; b) replace some of the content with ideas from apocryphal gospels, other ancient writings, and speculations by centuries of scholars; c) just plain make stuff up.

Verhoeven does all of these things. It makes for an interesting read: he has obviously studied the materials closely, and the book is well-annotated (indeed, 40% of the pages are footnotes).Verhoeven did his homework.

Verhoeven digs into the relationship between Jesus and John the Baptist, the sin of riches, exorcisms, and much more to paint Jesus in human terms. Jesus is not an ideal for Verhoeven, but a living, breathing person, with fears and failures alongside his accomplishments. Jesus is a hunted criminal who masterfully escapes the long arm of the law...until an apostate disciple masquerading as a Zealot (not likely one of the twelve, nor even named Judas, according to Verhoeven) leads the authorities to him.

After Jesus' crucifixion, his disciples believed he returned from the dead. But if the whole of the Jesus story were wrapped up in this miracle of overcoming death, Christianity could not have survived for 2,000 years. Jesus created powerful parables and devised a new code of ethics; regardless of his false understanding that the kingdom of God was imminent, he indeed transformed the world. Verhoeven closes his book with this paradox: Jesus' mistaken view of reality led to the most significant ethical revival in the past two thousand years.

Paul Verhoeven started the book by telling his readers that this is a book he absolutely wanted to publish because it was important to him, and he wasn't sure he would be able to release his views as a film during his lifetime. As it turns out, in 2012 he announced that a film project is being developed. There is already a lot of controversy about the project, and that's a pitty. And actually, I cannot imagine the film being as good as the book, because it's bound to miss a lot of the context and the many annotations that the book has. Although I don't underestimate Verhoeven's talent any more.


zaterdag 8 december 2012

Voor Europa! Debout l'Europe!

BOZAR ontving deze week Daniel Cohn-Bendit en Guy Verhofstadt voor een debat over hun boek "Voor Europa!, een manifest over een Europa in crisis" dat in zes talen is verschenen bij de grootste Europese uitgevers.

Verhofstadt kende ik wel, Daniel Cohn-Bendit niet en eigenlijk is dat een schande. Want in 2010 was hij een van de medeoprichters van de Spinelli Group, die ijvert naar een federaal Europa. Hij richtte de groep op met Guy Verhofstadt, Isabelle Durant en Sylvie Goulard. Beroemde leden zijn Jacques Delors, Mario Monti, Joschka Fischer, Andrew Duff en Elmar Brok. Eerder, in 2002, werd hij fractievoorzitter van de Europese Federatie van Groene Partijen. Cohn-Bendits soms controversiële standpunten zijn door zowel de linker- als de rechterzijde van het politieke spectrum bekritiseerd. Door rechts vanwege het vrijere immigratiebeleid dat hij voorstaat, de legalisering van softdrugs en het afschaffen van kernenergie; door links om zijn vrije-marktdenken en zijn steun voor de militaire interventies in Bosnië en Afghanistan. Net als Verhofstadt zelf een kleurrijke figuur, ook op politiek vlak.

Anyway. Als twee bezetenen verdedigden ze hun overtuiging van het nut van, nee, de nood aan een federaal Europa. Zeventienhonderd mensen vulden de grote Henry Le Boeuf zaal van de Brusselse Bozar. Een echt debat werd het niet. Daarvoor zijn Verhofstadt en Cohn-Bendit het te vaak eens over de toekomst van Europa, over meer Europa. Woest werden ze ook nooit, maar meer dan eens sloeg toch de stem over. Van enthousiasme. Van overgave.

Conclusie van beide heren: het Europa van vandaag werkt niet. Ze vulden de hele Bozar met argumenten. Vaak grappend ook. "Leg mij eens uit waarom wij 27 Europese ambassadeurs moeten hebben in Kuala Lumpur?", vroeg Cohn-Bendit.

Ik hoefde niet meer overtuigd te worden, maar het was echt een verademing nog eens politici hun ideeën zo met verve te horen verdedigen. Dank u nogmaals, Bozar.

Het debat vind je integraal hieronder, het boek is verschenen in het Nederlands bij De Bezige Bij Antwerpen, 160 blz., en kost 15 euro. In 't Frans verschenen als "Debout l'Europe!"

zaterdag 13 oktober 2012

Melk is goed voor elk!

Wikipedia zegt: "Milk Inc. is een Belgische dance-act, bestaande uit producers Regi Penxten, Filip Vandueren en zangeres Linda Mertens."

Maar Milk Inc. is ook een fenomeen. Een heel raar fenomeen, want eigenlijk - in tegenstelling tot het werk van Regi als producer - alleen wereldberoemd in Vlaanderen en Nederland. Milk Inc. is ook een van de enige dance acts het tot Rock Werchter heeft geschopt, in 2009 (review hier). Dat Milk Inc. zo'n prestigieuze slot kreeg op een van de belangrijkste rockfestivals in Europa schoot de politiek correcte smaakpolitie behoorlijk in het verkeerde keelgat. Maar net als vele anderen in Werchter toen, zat ik vorig jaar rond deze periode in het Sportpaleis met mensen die complexloos uit hun dak wilden gaan op aanstekelijke, pretentieloze popmuziek.

En vorig jaar - het vijftienjarig jubileumfeestje - was het zo goed dat ik gewoon gisteren terug ben gekeerd. Regi en Linda hebben namelijk sinds 2006 de gewoonte jaarlijks een paar optredens voor een uitverkocht Sportpaleis te doen. En ja hoor, hoewel de setlist dit keer niet uit de grootste hits bestond - al bij al zou dat ook een beetje flauw zijn, met vorig jaar nog een greatest hits party - heb ik me weer uitstekend geamuseerd. We stonden ook op de beste plaatsen, achteraf gezien. In het midden van de zaal stond een loopbrug die halfweg het concert de hoogte inging en begon traag rond te draaien. Met Linda en Regi erop! Linda, die zonder meer een van de beste stemmen van het land is, en net als haar compagnon de route Regi gewoon heel erg schattig en oprecht enthousiast is. En die ik recht in de ogen kon kijken toen ze later het publiek in liep en die ik zodoende had kunnen aanraden.

Milk Inc is misschien niet cool, maar is eerlijke pop, op en top ambiance gegarandeerd, en we zouden er wat trotser op mogen zijn. Een stuk of dertig hits hebben ze al, met 'Walk On Water' (uit 2000 al - klik op de link om een indruk te krijgen van hoe dat live klinkt!) als de grootste. Duizenden mensen die uit één keel "I would walk on water just to be with you, Walk on water just to be with you Split the ocean, cross the sea, Walk on water if you believe" brullen, het is bijna een religieuze ervaring. :-) Topconcert!

zondag 7 oktober 2012

Vijftig tinten grijs - E.L. James


De laatste recensie dateert alweer van eventjes terug maar hier is er nog eens eentje.

“Fifty shades of Grey" van E.L. James is een internationale bestseller - 40 miljoen verkochte exemplaren wereldwijd, de film komt er in 2014 - maar weinig mannen hebben zich aan de lectuur ervan gewaagd. Ik wou wel eens waarom het zo'n fenomeen is. Enkele lukrake citaten geven een goed idee van het niveau:

- Zijn grijze ogen kijken me nieuwsgierig aan. Shit, shit, shit! Waar gaat dit over? Hij zet zijn ellebogen op de armleuningen en plaatst zijn vingers voor zijn mond. Zijn mond... leidt me erg af... Ik slik.

- Hoe komt het dat hij me zo van mijn stuk kan brengen? Komt het door zijn overweldigende knapheid? De vurigheid waarmee hij me aankijkt? Of is het de manier waarop hij met z’n wijsvinger over z’n onderlip streelt? Laat hem daarmee stoppen.

- ‘Ik zou graag op die lip van je bijten,’ fluistert hij donker.

- Hij lacht en ontbloot zijn perfect witte tanden. Mijn adem stokt. Hij is echt knap. Dat zou verboden moeten worden.

- De lucht is beladen met een elektrische, opwindende verwachting. Ik begin sneller te ademen en m’n hart gaat tekeer. Hij draait zich naar me toe, zijn ogen zo donker als leisteen. Ik bijt op mijn lip.

‘Anastasia, niet op je lip bijten. Het leidt me af. Je weet niet wat je zegt.’

- ‘Waarom ik dan? Ik begrijp het echt niet.’

- Christian ziet er koel en kalm uit – eigenlijk ziet hij eruit om op te eten. Hij heeft een los vallende, wit linnen blouse aan en een spijkerbroek, geen schoenen of sokken. Z’n ongekamde haren zitten warrig en z’n ogen twinkelen vervaarlijk. Hij is vreselijk knap. Hij staat op en slentert naar me toe, een geamuseerde, taxerende blik op zijn mooie gebeeldhouwde lippen.

- Ik laat de adem die ik heb ingehouden weer gaan. Waarom is hij zo vreselijk lekker? Nu wil ik bij hem onder de douche gaan staan. Ik ben nog nooit zo weg van iemand geweest. De hormonen gieren door m’n lichaam. Mijn huid tintelt op de plekjes waar zijn duim me streelde, mijn mond, mijn onderlip. Ik wil kronkelen van behoeftig, pijnlijk... ongemak. Ik begrijp zijn reactie niet. Hmm... verlangen. Dit is verlangen. Zo voelt dat.

- ‘Dat heb ik je al gezegd, Anastasia. Er is iets bijzonders met jou. Ik kan niet bij je weg blijven.’ Hij glimlacht ironisch. ‘Zoiets als een mot bij een kaars.’ Zijn stem wordt donkerder. ‘Ik verlang heel sterk naar je, vooral nu, nu je weer op je lip bijt.’ Hij haalt diep adem en slikt.

- Mijn maag maakt een salto: hij wil me... op een verknipte manier, dat klopt, maar deze mooie, vreemde, perverse man verlangt naar me.

En zo gaat het maar door. Zucht.

... Of Christian echt zo pervers is, zal ik nooit te weten komen... of wat hem eigenlijk zo aantrekkelijk gaat ontgaat me ook een beetje. Na een kwart van het boek denk ik ook niet meer dat ik het echt wil weten. Dus je zult het zelf moeten ontdekken.

Ikzelf heb het opgegeven en ben begonnen aan het non-fictieboek "Jezus van Nazaret" van Paul Verhoeven. De eerste twee hoofdstukken zijn alvast behoorlijk interessant.

zondag 15 juli 2012

The Boyfriend List - E Lockhart (2005)


vertaald in het Nederlands: "15 Jongens, 4 kikkers & ik"
traduit en Français: "La fabuleuse histoire de la mouche dans le vestiaire des garçons"

The reason why I started reading this novel is a story on its own right. I litteraly stumbled upon it in the main hall of our building. After trying to get it back to its owner, I ended up reading it myself. I admit that the cover with the frog was one of the reasons to open it. The book turned out to be very entertaining, and I had lots of fun with it during my trip to Istanbul last year.

I’ve waited almost a year to write about this book, but I recently discovered that it has been followed by three sequels, The Boy Book (2006), The Treasure Map of Boys (2009), and Real Live Boyfriends (2010). These four novels are also known as the Ruby Oliver novels, based on their central protagonist. All of them I’ve read on my Kindle, and all of them are still very amusing. Ideal traveling/holiday literature.

"The Boyfriend List" can probably be discribed as chick flick, or a young adult book. I don’t care. I enjoyed it a lot, just as I did before with The Secret Diary of Adrian Mole, Aged 13¾ (1982) by Sue Townsend - and as I am typing this, I see that that book had sequels too! Back to The Boyfriend List. Poor Ruby "Roo" Oliver has had a miserable ten days. Not only did she lose her boyfriend to her (no longer) best friend, but she also got caught kissing said (ex) boyfriend, earning the reputation of a megaslut and social outcast ("leper") at Tate Prep, the private school she's attended on scholarship since kindergarten.

Ruby's also suffered from five panic attacks in this time period, which is why she started seeing Dr. Z., her psychologist. As part of therapy, Ruby is asked to write a list of every boyfriend or crush she has ever had. Wanting to be as complete as possible, Ruby has everyone from her preschool playmate to her first kiss (courtesy of 'spin the bottle') to her only actual boyfriend, on the list. Unfortunately, Ruby's former best friend, Kim, finds a rough draft of the list, Xeroxes it, and gives a copy to every student in school. You can use your imagination to figure out what kinds of rumors get started from a list like that.

Ruby Oliver is the most realistic "teenager" I've read in a long time. She is very witty, yet naive about human nature, and readers can feel Ruby's pain with her as she learns how to deal with a broken heart and stand tall in the face of false rumors. There is some mild profanity from time to time and lots of talk about boobs, but nothing graphic or shocking.

Each chapter of The Boyfriend List covers a boy from the list (there are fifteen total), while also taking readers through Ruby's history with her ex-boyfriend, Jackson Clarke, and Kim, who started dating Jackson three short days after he abruptly broke up with Ruby. This book is written from Ruby's frank first-person perspective, with tons of explanatory/neurotic footnotes peppered throughout. For example, in relating the time the uber-popular Katarina tells Ruby about walking in on Jackson and Kim in the buff at a party, readers will find the following footnotes annotated within three paragraphs:

"10. What? She thought I'd seen Jackson's thing, as in penis thing? And she thought I'd like to hear that she thinks I've seen it?
I swear, I have no understanding of other human beings. Being a leper suits me perfectly, if my only other choice is being friends with Katarina.

11. Heidi must have seen it! Otherwise, why would Katarina think I had seen it? She must think penis viewing is the norm for Jackson's girlfriends.

12. So Jackson was getting naked with Heidi and with Kim. But not with me.

13. Why not with me? Did he not like me as much as those other girls? Was I less attractive than them? Ruby Oliver, not the kind of girl you'd want touching your penis. Ruby Oliver, not exciting enough to try and get her pants off. Ruby Oliver, good enough to kiss, but not good enough to get naked with..."

As you can see, Ruby has the same doubts and insecurities as most teenagers, and I believe that reading how she works through them could be beneficial for teens. That's not to say that Ruby ends the book with everything peachy keen, but she does show significant growth, which Lockhart enhances over the next books in the series. Enjoy!

zondag 27 mei 2012

Komt een vrouw bij de dokter - Kluun (2003)


Published in English: Love Life, by Ray Kluun
Publié en Français: En plein coeur, par Ray Kluun

Dit boek las ik om twee redenen. Omdat een collega mij eerder al Haantjes aanbeveelde, een recenter werk van hem, en omdat ik de titel intrigerend vond. De titel van Kluuns 'Komt een vrouw bij de dokter' (2003) klinkt als de aanhef van een mop.

Zo is het ook bedoeld, maar de voornaamste thema’s zijn liefde, vreemdgaan en … Kanker. Hoewel de recensenten het boek hebben neergesabeld als rauw, oppervlakkig en bij momenten ronduit plat, raakte het boek bij het publiek toch een gevoelige snaar en werden van de roman meer dan één miljoen exemplaren van over de toonbank verkocht: dat maakt het tot het populairste Nederlandstalige debuut aller tijden, en zo’n beetje de best verkochte Nederlandse roman tout court, naast “De ontdekking van de hemel” van Mulisch en “Turks fruit” van Wolkers. Dat er een filmversie gekomen is in 2009, zal aan die verkoop ook wel geen kwaad gedaan hebben maar ik wou het dus over het boek hebben – dat veel en veel beter is. Het boek won overigens, drie jaar nadat het uitkwam, de Publieksprijs voor het Nederlandse Boek 2006.

Het verhaal is een gedramatiseerde autobiografie van wat Kluun (Raymond van de Klundert) en zijn vrouw Judith meemaakten toen zij kanker kreeg en daaraan uiteindelijk overleed, in 2001. Het boek, dit boek, maakt deel van zijn verwerkingsproces.

Het verhaal gaat zo ongeveer als volgt: Stijn houdt van het leven en het leven houdt van hem. Stijn heeft een eigen zaak, een prachtige dochter en de mooiste vrouw van de hele wereld. Dat hij af en toe van andere vrouwen geniet hoeft zijn Carmen niet te weten. En bovendien, zijn hart is van Carmen, dus wat maakt het uit. Hij is on top of the world. Hij heeft het gemaakt. Maar dan slaat de borstkanker toe. Stijns wereld stort in. Carmen en Stijn komen terecht in een rollercoaster van ziekenhuis in, ziekenhuis uit, chemokuren en bestraling. Maar hij is er voor haar. Altijd. Hoe vreselijk moeilijk dat ook is. Tussen de chemo’s door doen ze of er niks aan de hand is. Hoewel hij trouw alle doktersbezoeken, therapieën en behandelingen samen met zijn vrouw bezoekt, verslindt hij 's avonds en 's nachts - terwijl Carmen thuis is - de ene na de andere scharrel. De vrijdagse stapavondjes van Stijn worden snel weer in ere hersteld. Hij vlucht in drank, drugs en uitgaan. En dan is er Roos. Zomaar. Onaangekondigd staat ze tijdens carnaval voor zijn neus. Ze wordt zijn kankervrije oase, waar hij de kilte van thuis even kan vergeten.

Het boek beschrijft heel treffend de emoties en de aftakeling die gepaard kunnen gaan met iemand die weet dat ze aan kanker gaat overlijden, en hoe haar omgeving erop reageert. Maar het geeft ook op een pijnlijke wijze weer hoe vreemdgaan niet zo zwart-wit is als het lijkt. Het feit dat iedereen weet dat dit een autobiografisch boek is, maakt het bij momenten een zeer exhibitionistisch boek, en meermaals had ik last van plaatsvervangende schaamte.

Kluun “Je vrouw bedriegen terwijl ze stervende is aan borstkanker: 't is nou niet meteen iets waar je punten mee scoort op verjaardagsfeesten. Trots ben ik er ook niet op, kan ik je vertellen. Maar het is wel een thema dat veel westerse dertigers en vroege veertigers aanspreekt, omdat het raakt aan een dilemma waar ze zelf mee kampen.” (Humo)

Los van de vlotte en soms grappige schrijfstijl, werd ik vooral getroffen door de onderliggende boodschap dat je van het leven moet genieten zolang het duurt, want het kan snel over zijn. Die twee elementen ontbreken een beetje in de film, en wat overblijft is een vrij doordeweeks kankerverhaal. Het boek kreeg een vervolg, “De Weduwnaar”, en is zeker ook de moeite waard. Ook “Haantjes” is leuk, maar geheel kankervrij en dus minder pakkend. Opletten om niet constant in de lach te schieten als je dit op de trein leest.

donderdag 17 mei 2012

Tirza - Arnon Grunberg (2006)


"Hoi, dit is Tirza. Ik ben er even niet. Maar laat maar een leuk berichtje achter."

Tirza is zo'n boek waarvan ik het lezen lang had uitgesteld. Omdat de titel me me niet aanstond, omdat de schrijver, Arnon Grunberg mij een beetje een eikel leek, en omdat het een dik en moeilijk boek leek dat ook naar stijl een meesterwerk werd genoemd. Gerard Reve, Harry Mulisch en Hugo Claus schrijven/schreven ook zo'n boeken en ik heb er nog niet één uitgelezen. Ik beken.

Maar ik heb me wat beter geïnformeerd. Arnon Grunberg (geboren in 1971) is in Nederland, wat Tom Lanoye is in Vlaanderen: alomtegenwoordig. Hij schrijft columns in zowat alle relevante bladen. Hij is journalist, prozaïst, dichter, theaterauteur en ruziemaker. Het lijkt er wel op dat alles wat hij aanraakt in goud verandert. Grunberg wint de ene literaire prijs na de andere en ook voor Tirza heeft hij de Gouden Uil, de belangrijkste Vlaamse literaire prijs, in de wacht weten te slepen, net als de Librisprijs 2007 (waar Robert Vuijsje met zijn Alleen maar nette mensen ook bijna mee aan de haal is gegaan, in 2009). Velen noemen hem de meest briljante Nederlandse schrijver van dit moment.

Het lezen van Tirza stelt gelukkig niet teleur, want schrijven kan hij inderdaad. Grunbergs stijl is onnadrukkelijk en vloeiend. En wat het zo'n sterk boek maakt, is dat je echt in het hoofd kruipt van het hoofdpersonage. De situaties waarin hoofdpersonage Jörgen Hofmeester terecht komt, worden door Grunberg genadeloos beschreven. Als je Tirza leest, bekruipt je geregeld een gevoel van gêne.

Jörgen Hofmeester is vader van twee dochters, redacteur buitenlandse fictie bij een gerenommeerde uitgeverij, enkele jaren geleden verlaten door zijn vrouw, maar wonend in de beste straat van Amsterdam nabij het Vondelpark. Zijn oudste dochter woont inmiddels in Frankrijk, zijn jongste en oogappel, Tirza, woont samen met hem in het prachtige herenhuis, maar zij heeft net haar eindexamen gehaald en staat op het punt een grote reis naar Afrika te maken. Echter eerst wordt er een groot examenfeest georganiseerd en vlak daarvoor vallen wij als lezers in het verhaal: “Jörgen Hofmeester staat in de keuken en snijdt tonijn voor het feest”. Tot zover niks aan de hand. Ware het niet dat een paar dagen voor het feest Hofmeesters vrouw, consequent aangeduid als `de echtgenote', plotseling weer `thuis is gekomen'. De beschrijving van het feest beslaat quasi de helft van de pagina's van het boek maar is meesterlijk. Doordat de scènes zo op de huid geschreven zijn, haast exhibitionistisch, voel je je als lezer een beetje een gluurder.

Hofmeesters gemoedstoestand zit tegen het overspannene aan, met name omdat hij erg opziet tegen het vertrek van Tirza. Hofmeester wekt de nodige deernis, niet in de laatste plaats omdat hij een beetje sukkelig is. Intussen zijn we te weten gekomen dat hij op zijn werk overbodig is verklaard en tot aan zijn pensioen niet meer naar kantoor hoeft te komen maar wel doorbetaald krijgt, omdat dat goedkoper is dan een ontslag. Maar omdat hij dit beschamend vindt en het niemand wil laten weten, verlaat Hofmeester toch elke ochtend met zijn aktetas onder de arm het huis. Hij brengt zijn dagen door op Schiphol waar hij een ritueel heeft ontwikkeld voor het verwelkomen en uitzwaaien van zogenaamde bekenden bij de Aankomst- en Vertrekhal. En het ergste is dat het voor hem eigenlijk geen verschil maakt of hij nu naar de uitgeverij of naar de luchthaven gaat. Ook is duidelijk geworden dat hij veel geld is verloren door te beleggen in een risicovol hedgefund bij een Zwitserse bank, waar hij stiekem zijn zorgvuldig bij elkaar geschraapte centjes eens per jaar heen bracht.

Meer vertellen over het verhaal zou zonde zijn, maar ik hou het erop dat "Tirza" een psychologische roman is over een vader-dochterverhouding met donkere kantjes, maar ook over desillusie, geweld, seks. Jörgen Hofmeester is geen vrolijke vent. Een echte loser, eigenlijk. Hij weet niet zo goed hoe hij contact moet leggen met mensen, hoewel hij dat graag zou willen. Doordat alles zich in het hoofd van Hofmeester afspeelt - een beetje zoals bij "Hersenschimmen", van J. Bernlef, een prachtig boek ook - lopen realiteit en fantasie in de roman door mekaar heen. Veel actie is er niet, maar je vraagt je halfweg in het boek wel af wàt het juist is wat er zo erg fout aan het gaan is, en waarom. En het blijft ook achteraf moeilijk om het uit te leggen. Maar wie doorleest tot het eind wordt daar voor beloond: de plot zindert na.

Ik weet nog altijd niet of Grunberg een sympathieke kerel is, maar eerlijk gezegd is dat niet erg. Ik ben heel blij dat ik het boek eindelijk heb gelezen. Het is een akelig beeld van de samenleving, waarmee Arnon Grunberg u kwetsen komt.

(également paru en FR, en 2009 - not yet translated in English)

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween - Jonas Jonasson (2010)


Oorspronkelijke titel: "Hundraåringen som klev ut genom fönstret och försvann"

Vertaald in Frans "Le vieux qui ne voulait pas fêter son anniversaire"
Vertaald in het Engels "The Centenarian Who Climbed Out The Window And Disappeared"


Jonas Jonasson (geboren in 1961) weet nog precies hoe hij zich voelde toen hij in 1994 de film Forrest Gump zag. Want het verhaal van de simpele ziel die puur toevallig betrokken raakt bij al die grote gebeurtenissen, zo'n verhaal had hij net ook bedacht! Maar hij had het gewoon veel te druk om het ook nog eens te schrijven. Vijftien jaar later deed hij het alsnog en werd het het bestverkopende debuut ooit in Scandinavië, nog voor "Mannen die vrouwen haten" van Stieg Larsson. Het boek ging 750.000 keer over de toonbank in Zweden, terwijl daar nog geen tien miljoen mensen wonen. Het boek leest alsof de scenaristen van Benidorm Bastards de vorige eeuw hebben willen samenvatten tot een roadmovie, maar het deed me evengoed denken aan de verhalen van die andere Zweedse, Pippi Langkous, dankzij de vrolijke, anarchistische toon.

Het verhaal gaat als volgt: Allan Karlsson wordt 100 en dat wordt groots gevierd in het bejaardentehuis, behalve dan dat de jarige in kwestie het op zijn heupen krijgt en net voor de start van het feest, tot ontreddering van pers en burgemeester, verdwijnt. Op zijn pantoffels loopt Allan naar het busstation waar hij de eerste de beste bus pakt, maar niet voordat hij de koffer van een crimineel in handen krijgt. Het is het begin van een roadtrip door Zweden met achtervolgingen en een bonte club figuren die zich gaandeweg rondom Allan verzamelt. Dat leidt tot vreemde taferelen zoals een grote bus waarin naast Allen zelf een roodharige oude taart zitten die Schoonheid wordt genoemd, een crimineel of twee en niet te vergeten Sonja, de olifant.

Tijdens zijn tocht blikt Allan ook terug op zijn eerste honderd levensjaren, waarin hij meer blijkt gedaan te hebben dan de gemiddelde bejaarde. Zo was hij betrokken bij een grote hoeveelheid historische gebeurtenissen, zoals de ontwikkeling van de atoombom, de Spaanse burgeroorlog, de Chinese revolutie, roerige tijden in Iran, het Stalintijdperk etc. Hij ontmoette daarbij o.a. Stalin, Franco, Kim Il-Sung, Mao Zedong, Charles de Gaulle, Harry S. Truman, Lyndon B. Johnson en Richard Nixon, en beïnvloedde hen allemaal! Realistisch is het dus allemaal niet, maar de redenen die de schrijver heeft bedacht voor Allans toevallige aanwezigheden hier en daar zijn niet geheel ongeloofwaardig. Het is ook een test voor je eigen kennis van de geschiedenis - wat me ook heel sterk aantrok in het boek.

Het boek is spannend, absurd en doorspekt met (zwarte) humor. Het is ook een uiterst visueel boek, en het mag dan ook niet verbazen dat er een filmversie komt. In de zalen eind 2013. Maar ik zou u lezer er niet mee lastig vallen als ik het boek ook niet de moeite vond, natuurlijk. Afhankelijk van de uitgave telt het boek een 350-tal pagina's. Ik heb het boek op mijn e-reader uitgelezen, in minder dan een week. Een feelgood boek voor tussen het zwaardere werk door.